Column de Weideman: Alles draait om de eenvoud: Nieuw Nederlands Bodemgebruik

Ik heb het Louis Bolk Instituut kunnen betrappen op plagiaat: Ze introduceerden onlangs het ‘Nieuw Nederlands Bodemgebruik’. Dat lijkt qua naam wel erg veel op Nieuw Nederlands Weiden, vinden jullie ook niet? Ik zit er niet mee, ik ben er zelfs trots op. Het is een erkenning dat de achterliggende gedachte heel sterk is. Onderzoeker Nick van Eekeren van het Louis Bolk vertelde dat hij worstelde met lange lijsten aan maatregelen die je als boer kunt nemen om de bodemkwaliteit te verbeteren en uitspoeling van nutriënten te voorkomen. Allemaal juist en belangrijk, maar een onwerkbare brij voor de boer. Nieuw Nederlands Weiden werd zijn inspiratiebron: hij ging de technische uitgangspunten en maatregelen samenvatten in een paar overzichtelijke vuistregels, eenvoudig en goed. Hij bouwde er een concept van met een helder herkenbaar etiket: Nieuw Nederlands Bodemgebruik.


Voor melkveehouders op zand- en kleigronden is dat goed gelukt. Eigenlijk bleek één vuistregel al genoeg: Bestempel 60% van je grasland als permanent grasland, 20% als tijdelijk gras met klavers en 20% voor akkerbouw, veelal mais. Die 20/20 wissel je om de drie jaar. In de 60% permanent grasland kunnen bodemleven en organische stof zich optimaal ontwikkelen. Dat worden superieure percelen zowel qua productiviteit als weerbaarheid bij veel en weinig water. Alleen als je grassenbestand bar slecht is zet je de ploeg erin om het gelijk weer in te zaaien om het bodemleven en de organische stof te behouden. Want bodemleven en organische stof in de bodem zijn vaak nog belangrijker voor de productiviteit van grasland dan het grassenbestand dat er op staat.


In de 20% tijdelijk grasland bouwt het gras zo’n 3 tot 4% organische stof op in zandgrond en 5 tot 10% op klei. Ideaal in de rotatie met akkerbouw. Na drie jaar akkerbouw is die organische stof opgebruikt en leg je deze percelen weer in gras met klavers om aan de bodemkwaliteit te werken. In permanent grasland loopt het organische stofgehalte op naar 6 tot 7% op zand en 12 tot 20% op klei. Hou dat liever in stand en profiteer ervan. Met ploegen voor een ander gewas komen meer nutriënten vrij dan het gewas kan opnemen en raak je dus veel van die rijkdom kwijt via uitspoeling.


Kortom, met Nieuw Nederlands Bodembeheer kun je eenvoudig en goed aan de kwaliteit van je grond werken zonder professor in bodemkunde te worden. Daar kunnen wij wat mee!

We spreken elkaar, De Weideman

de Weideman Def